Persoonlijke Financien

Zo werkt box 3 voor spaarders en kleine beleggers

· 5 min leestijd

Veel Nederlanders weten vaag dat ze belasting betalen over hun spaargeld, maar hoe hoog die belasting precies is en of de berekening klopt, dat blijft voor de meesten onduidelijk. Box 3 is het onderdeel van de inkomstenbelasting dat gaat over je vermogen: spaarrekening, beleggingen, een tweede woning of andere bezittingen. In 2026 zijn de regels opnieuw aangepast, en die aanpassingen zijn het waard om te begrijpen.

Hoe box 3 werkt

De Belastingdienst belast niet het rendement dat je werkelijk hebt gemaakt op je spaargeld of beleggingen. In plaats daarvan werkt box 3 met een forfaitair rendement: de overheid gaat ervan uit dat je een bepaald percentage op je vermogen hebt verdiend, en over dat fictieve bedrag betaal je 36% belasting, of je het nu daadwerkelijk hebt opgestreken of niet.

Voor 2026 gelden de volgende forfaitaire percentages:

  • Banktegoeden en spaargeld: 1,28% (voorlopig tarief)
  • Beleggingen en overige bezittingen: 6%
  • Schulden die je kunt aftrekken: 2,70%

Hoeveel betaal je dan precies

Niet elk euro wordt aangeslagen. In 2026 geldt een heffingsvrij vermogen van €59.357 per persoon. Ben je fiscale partners, dan is de gecombineerde vrijstelling €118.714. Alles boven dat bedrag telt mee als grondslag voor box 3.

Een concreet voorbeeld: stel je hebt €80.000 op een spaarrekening. De grondslag is dan €80.000 min €59.357 = €20.643. Daarop past de Belastingdienst het forfaitaire spaartarief toe van 1,28%, wat neerkomt op een fictief rendement van €264. Hierover betaal je 36% belasting: dat is ruim €95 per jaar. Weinig op het oog, maar zodra je vermogen verder groeit of je geld in beleggingen zit, loopt het bedrag snel op.

Ben je een stel met €100.000 aan spaargeld? Dan val je ruim binnen de gezamenlijke vrijstelling en betaal je niks over box 3. Dat weten verrassend veel mensen niet. Veel Nederlanders houden hun geld jarenlang op een spaarrekening zonder ooit te beleggen, en voor hen is de vrijstelling in de meeste gevallen al ruim voldoende. Waarom zo weinig mensen de stap naar beleggen zetten, lees je in dit artikel over de echte reden waarom de meeste Nederlanders nooit beleggen.

Het goede nieuws voor beleggers

Er circuleerde lang een plan om het forfaitaire rendement op beleggingen te verhogen van 6% naar 7,78%. Dat zou voor iedereen met een beleggingsportefeuille een aanzienlijk hogere belastingaanslag betekenen. Het Belastingplan 2026 is inmiddels aangenomen, en die verhoging gaat niet door. Het blijft 6%.

Toch is ook dat percentage niet altijd rechtvaardig. Als jouw aandelenportefeuille vorig jaar met 3% steeg, rekent de overheid alsnog met een fictief rendement van 6%. Je betaalt dan belasting over rendement dat je nooit hebt gemaakt. Precies daarvoor bestaat de tegenbewijsregeling.

De tegenbewijsregeling: belasting over wat je echt verdiende

Heb je minder rendement gemaakt dan de Belastingdienst aanneemt? Dan kun je dat aantonen en alleen belasting betalen over je werkelijke rendement. Dit geldt voor zowel spaarders als beleggers, en het is een mogelijkheid die te weinig mensen benutten.

Voor spaarders is het relatief eenvoudig: controleer wat je bank daadwerkelijk aan rente heeft vergoed en vergelijk dat met de forfaitaire 1,28%. Zit je er onder? Dan loont het om bezwaar te maken. Voor beleggers is het ingewikkelder, omdat je het totale rendement, inclusief koerswinst en dividenden, over het hele jaar moet aantonen.

Een verliesgevend beleggingsjaar hoeft in box 3 dus minder te kosten dan je misschien denkt. Via de tegenbewijsregeling geef je het werkelijke (lage of negatieve) rendement op, en betaal je daar belasting over in plaats van over het forfaitaire percentage. Dat vraagt om goede administratie, maar het kan je honderden euros schelen.

Wil je tegelijk meer rente pakken op je spaargeld? Lees ook hoe buitenlandse banken betere spaarrentes bieden en hoe dat voor jou uitpakt in box 3.

Wanneer komt het nieuwe stelsel

Het huidige forfaitaire systeem staat al jaren ter discussie. Critici vinden het onrechtvaardig om belasting te heffen over rendement dat je nooit hebt gehad. In februari 2026 nam de Tweede Kamer een wetsvoorstel aan voor een nieuw stelsel op basis van werkelijk rendement. De invoering is echter uitgesteld: op zijn vroegst 2028.

Wat dat nieuwe stelsel precies inhoudt, is nog niet volledig uitgewerkt. Duidelijk is dat je dan jaarlijks opgeeft wat je daadwerkelijk hebt verdiend op spaargeld en beleggingen. In goede beleggingsjaren kan dat meer belasting betekenen; in slechte jaren juist minder. Veel beleggers wachten af en doen intussen weinig met hun portefeuille. Of dat slim is, hangt van je situatie af. Lees ook waarom de slimste beleggers soms bewust stilzitten en wanneer inactiviteit een strategie is.

Dit kun je nu al doen

Een paar concrete stappen die de meeste mensen kunnen nemen:

  • Controleer je grondslag. Ben je als individu onder de €59.357 gebleven op 1 januari van het belastingjaar? Dan betaal je geen box 3 belasting. Zorg dat je dit ook in je aangifte opgeeft.
  • Let op de peildatum. Box 3 wordt berekend naar de stand op 1 januari. Je vermogen op die dag is bepalend, niet een gemiddelde over het jaar.
  • Houd je rendement bij. Had je beleggingen een slecht jaar? Lever dan via de tegenbewijsregeling je werkelijke rendement aan. Dat kan direct belasting besparen.
  • Denk aan belastingvriendelijke alternatieven. Banksparen voor pensioen of een lijfrente valt in box 1, niet box 3. Vraag hierover advies bij een onafhankelijk financieel adviseur.

Box 3 vraagt geen diepgaande financiele kennis, maar wel enige aandacht voor de regels. De vrijstelling van bijna €60.000 per persoon is ruim genoeg voor veel huishoudens. Maar wie daar overheen gaat en de tegenbewijsregeling niet kent, laat geld liggen dat gewoon teruggevorderd kan worden. Dat is zonde voor iets wat je met een uurtje werk kunt voorkomen.

R
Geschreven door Renske van Dam Finance schrijver

Renske combineert besparen met investeren in een aanpak die past bij gewone mensen met gewone salarissen. Ze is financieel planner van beroep en schrijft uit frustratie dat de meeste financiële content gericht is op mensen die al geld hebben. Haar artikelen helpen je om van nul naar financieel stabiel te komen, stap voor stap en zonder onrealistische verwachtingen. Ze vindt dat financiële vrijheid niet betekent dat je miljonair wordt, maar dat je niet meer wakker ligt van rekeningen.