Beleggen & Investeren

De echte reden waarom de meeste Nederlanders nooit beleggen

· 5 min leestijd

Vier op de vijf Nederlanders belegt niet. Dat is geen schatting, maar een harde meting: slechts 19 procent van de Nederlanders heeft geld belegd in aandelen, obligaties of fondsen. De rest spaart, of doet niets met wat er overblijft na vaste lasten. Op zichzelf is dat geen probleem — sparen heeft zijn plek. Maar als je spaargeld al jaren op een rekening staat te ontwaarden terwijl de inflatie doorloopt, betaal je een prijs die je nooit op een afschrift ziet.

Wat die 80 procent je vertelt

Het percentage Nederlanders dat belegt, stijgt langzaam maar ligt in vergelijking met landen als Zweden of de Verenigde Staten nog altijd opvallend laag. Uit onderzoek van banken en financiële partijen blijkt steeds hetzelfde: Nederlanders weten dat beleggen bestaat, maar doen er niks mee. Waarom niet?

Drie antwoorden komen keer op keer terug. Angst voor verlies. Het gevoel er niet genoeg van te weten. En het uitstellen van de beslissing omdat het "later ook nog kan". Die drie drempels zijn begrijpelijk, maar ze zijn ook aangeleerd en ze zijn te overkomen.

Angst voor verlies werkt averechts

Het meest genoemde bezwaar is verliesangst. Mensen denken aan de beurskrach van 2008, of aan een kennis die "alles kwijt was met crypto". En ja: beleggen brengt risico met zich mee. Maar het alternatief is ook een risico, alleen stiller. Op een spaarrekening met nul procent rente verlies je met twee procent inflatie elk jaar twee procent koopkracht. Na tien jaar telt dat flink op.

Langetermijnbeleggen in een breed gespreide index heeft historisch gezien wél gewerkt. De MSCI World-index, een mandje van meer dan 1400 bedrijven wereldwijd, liet over de afgelopen dertig jaar een gemiddeld jaarrendement zien van rond de acht procent. Niet elk jaar, maar over de lange lijn.

Verlies je geld nooit? In een slecht jaar kan je portefeuille absoluut tijdelijk dalen. Wie in 2022 instapte, zag zijn inleg flink teruglopen. Maar wie breed gespreid en voor de lange termijn belegt, heeft historisch gezien vrijwel altijd het verlies goedgemaakt en meer. De sleutel zit in lang genoeg wachten en niet in paniek verkopen als het even tegenzit.

Je hoeft geen expert te zijn om te beginnen

Het tweede bezwaar is kennisgebrek. "Ik begrijp er niets van" — ook dit is herkenbaar. Maar het goede nieuws: je hoeft geen aandelenmarkt-expert te zijn om verstandig te beleggen. De meeste professionele beleggers verslaan de markt trouwens ook niet consistent.

De simpelste strategie die veel financiële experts aanbevelen: koop een goedkope wereldindex-ETF en stop er elke maand een vast bedrag in. Een ETF (Exchange Traded Fund) is een beleggingsfonds dat een index volgt en via een gewone broker te kopen is. Kosten liggen soms onder de 0,1 procent per jaar. Je spreidt automatisch over honderden bedrijven, zonder één aandeel te hoeven kiezen of de markt te hoeven timen.

Bij de meeste beginnerfouten bij beleggen speelt niet gebrek aan kennis de hoofdrol, maar ongeduld en emotie. Dat is geruststellend: het gaat minder om wat je weet dan om wat je doet.

Hoeveel heb je nodig om te starten?

Veel mensen denken dat beleggen pas relevant wordt als ze duizenden euro's beschikbaar hebben. Maar de meeste moderne brokers laten je al instappen met tien of twintig euro. Sommige zelfs met één euro. Dat maakt het drempelargument steeds minder overtuigend.

Een maandelijkse inleg van honderd euro, gespreid over dertig jaar met een gemiddeld rendement van zeven procent, groeit naar meer dan honderdvijftienduizend euro. Met datzelfde bedrag op een spaarrekening kom je, bij nul procent rente, op zesendertigduizend uit. Het verschil is niet één grote beslissing, het is de kleine gewoonte die je al dan niet aanmaakt.

Meer concrete ideeën? Dit artikel bespreekt vijf manieren om 500 euro te investeren, van laagdrempelig tot iets avontuurlijker.

Uitstelgedrag is duur

De derde drempel is misschien wel de gevaarlijkste: uitstel. "Ik begin volgend jaar als het wat rustiger is." "Als ik wat meer gespaard heb." "Als ik me er meer in verdiept heb." Het probleem met dat soort gedachten is dat ze zichzelf altijd reproduceren.

Beleggen is niet iets dat je "klaar" voor bent. Het is een gewoonte die je opbouwt. En elk jaar dat je wacht, is een jaar minder rendement op je rendement, het principe waarbij je winst ook winst gaat maken. Dat effect is klein aan het begin en enorm aan het einde. Wie op zijn veertigste begint met dezelfde inleg als iemand die op zijn dertigste begon, heeft een structureel nadeel dat niet meer te overbruggen is.

Lees ook waarom de slimste beleggers nu juist niets doen en waarom dat voor beginners juist een geruststelling kan zijn.

Wat het je kost als je wacht

De drempels die mensen tegenhouden, zijn allemaal begrijpelijk. Maar ze zijn ook overkomelijk. Ze vragen geen groot startbedrag, geen studie van maanden en geen hoge risicotolerantie. Ze vragen wel één ding: een beslissing nemen in plaats van uitstellen.

Onderzoekers die het 80%-cijfer in kaart brachten, stellen het treffend: niet kennis is het probleem, maar onzekerheid die leidt tot verlamming. De eerste stap is vaak het moeilijkst. Maar het is ook de enige stap die telt.

S
Geschreven door Sander Kuijt Beleggen redacteur

Sander maakt beleggen begrijpelijk voor mensen die denken dat het alleen voor rijke mensen is. Na tien jaar in de financiële sector weet hij dat de meest succesvolle beleggers niet de slimste zijn maar de meest geduldige. Hij schrijft over ETF's, indexfondsen en vermogensopbouw in taal die je begrijpt zonder financieel woordenboek. Zijn eigen beleggingsstrategie is bewust saai: breed gespreid, lage kosten, en niet kijken als de markt daalt. Hij vindt dat iedereen met vijftig euro per maand kan beginnen.